Toekomstige collega

Mieke Staal

  • Van: Yuverta Naarden

Mieke Staal studeerde af aan de Academie Mens & Arbeid in de richting ‘personeel en arbeid’. Bijna tien jaar was ze binnen dat werkveld actief, met name in de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tot het vercommercialiseren van die sector ervoor zorgde dat ze dacht: ik moet hier weg! Ze maakte de overstap naar het onderwijs. Daar rijgt ze verschillende onderwijskundige rollen aan elkaar, met als rode draad: trainen, coachen en begeleiden van jonge en volwassen mensen.

“Ik heb in deeltijd de montessori-zij-instroomopleiding gedaan in Amsterdam. Eerst alleen studeren als zij-instromer in opleiding en stagelopen, maar toen er een baan vrijkwam op de Amsterdamse Montessorischool werd ik zij-instromer in beroep. Wat ik leuk vind aan het basisonderwijs is dat je de kinderen de hele dag in de klas hebt. Je krijgt heel snel een gevoel bij de groep. En je kunt schuiven: dit is nu even urgent, dus ik laat dit nu voorgaan. Wat ik specifiek leuk vind aan het montessorionderwijs is dat niet iedereen tegelijk met hetzelfde bezig is. Dat voelt natuurlijker voor mij dan dat iedereen tegelijk met hetzelfde bezig is.

Na een paar jaar werd ik gevraagd om op een school binnen dezelfde stichting intern begeleider te worden. Ik vond dat heel leuk en heb dat ruim vijf jaar gedaan. Ondertussen studeerde ik orthopedagogiek en toen er een vacature op de Marnix Academie vrijkwam ben ik daar gaan werken. Ik ben coördinator van de master Passend Meesterschap, ik geef les in een aantal post-hbo-opleidingen, ik ben beeldcoach en ik leid mensen op tot beeldcoach.”

Master Passend Meesterschap en beeldcoach
“Veel mensen met een onderwijskundige achtergrond willen zich verder ontwikkelen. Deze master Passend Meesterschap met als ondertitel ‘Specialist Leergedrag en Inclusie’ gaat in op: Wie ben jij als leerkracht? Hoe kun jij je vaardigheden vergroten? Hoe ga je de dialoog aan? En hoe kun je diversiteit en inclusie omarmen in jouw praktijk? Mensen worden hiermee zowel pedagogisch specialist, intern begeleider als kwaliteitscoördinator of een nog betere leerkracht. Het is een deeltijd- masteropleiding waar je twee jaar over doet. De studiebelasting is gemiddeld 20 uur per week. De meesten doen dat met een lerarenbeurs. Dan krijgt de werkgever subsidie om jou een dag uit te roosteren. Als beeldcoach begeleid ik mensen die zich pedagogisch of didactisch willen ontwikkelen. Dat doe ik aan de hand van beelden. Vandaag heb ik iemand gefilmd in de klas. Die beelden kijken we samen terug en dan bespreken we wat er goed ging en wat beter kan. Meestal kijk je dan naar lichaamstaal en non-verbale communicatie. Waarom luistert die leerling wel en die andere niet? Wat doe je daar anders? Heb je beter oogcontact gemaakt, stond je steviger? Een mooie manier om op jezelf te reflecteren.”

Ook voor de klas op Yuverta vmbo Naarden
“Ik zat op een gegeven moment in de ouderraad van Yuverta vmbo Naarden. Toen er daar drie docenten Nederlands weggingen, kwam de oproep: wie kan ons helpen? Ik zei tegen de schoolleider: kan ik iets betekenen? Ik dacht misschien nakijkwerk ofzo. Maar voor ik het wist stond ik, uiteraard na een paar goede gesprekken, weer voor de klas! Ik heb ruim een jaar Nederlands gegeven. Toen er weer genoeg docenten Nederlands waren, was er een tekort bij wiskunde. Dus nu geef ik wiskunde. Wat ik leuk vind aan het werken op het vmbo is om voor én met de leerlingen te kijken hoe de lesstof aan kan sluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Ik denk na hoe de lesdoelen bereikt kunnen worden met andere middelen dan alleen het boek.”

Over boeken gesproken
“Ik heb met Marieke Tjallema en Bert van Velthooven het boek geschreven: ‘Hoe word ik een Inspirerend Begeleider’. Het is bedoeld om geïnspireerd te raken, stil te staan bij jezelf, je af te vragen: wat is mijn positie binnen de school? De ondertitel is: De intern begeleider als aanjager van onderwijskwaliteit. In de titel staat intern begeleider, maar je mag ook lezen: gedragsspecialist of rekencoördinator. Er zijn in het onderwijs heel veel typen begeleiders die iets aan het boek kunnen hebben. Je hebt te maken met dezelfde vragen.

Ik heb een enorme passie voor goed onderwijs en dat komt in alle facetten van mijn werk terug. Aan de ene kant coach ik mensen in het uitoefenen van hun vak. Aan de andere kant sta ik zelf voor die klas en ervaar ik hoe ongelooflijk complex het docentschap is. Juist door die combinatie weet ik dat niet alles wat wij in theorie bedenken in de praktijk ook kan. Ik ben wel goed geworden in reflecteren. Na of zelfs tijdens mijn lessen. Soms voelt het alsof er een camera boven m’n hoofd hangt. Na de les spoel ik het beeld terug in mijn hoofd om te kijken wat er wel en niet goed ging.”

Vaardigheden als zij-instromer
“Ik heb heel veel assessments afgenomen bij zij- instromers. Wat het meest opviel: je moet contact kunnen maken met het individu en met de groep. Als dat niet lukt, lukt zo’n hele les niet. De koppeling kunnen maken met de belevingswereld van kinderen of jongeren, is ook belangrijk. Zoek waar een kind op ‘aangaat’. Vermogen tot zelfreflectie is essentieel in dit vak. Als je les niet goed ging, bedenk dan wat de volgende keer anders kan. Maar ook als je les wel goed ging, denk dan na wat er krachtig was, zodat je het kunt meenemen naar de volgende keer. Een beetje gestructureerd zijn en een gezonde portie geduld zijn ook handig in dit vak.

Wat mij energie geeft, is als iemand een nieuw perspectief kan toevoegen aan zijn repertoire. Op de Marnix Academie wisselen de studenten heel veel kennis en ervaring uit. In die gesprekken met anderen kun je ineens denken: ik doe het altijd zo, maar er zijn nog tien manieren om het te doen. Dat betekent niet dat je het ineens anders moet doen, maar je krijgt een rijkdom aan andere manieren om een situatie aan te pakken. Dan kun je veel beter weloverwogen keuzes maken. Bij kinderen is dat wat pragmatischer: wanneer ze ineens de som snappen, dat het kwartje valt, ze doorhebben dat ze iets kunnen. Dat vind ik zoiets gaafs. Dat je iets toevoegt aan dat wat er al is. Dus niet bedenken hoe dit kind kan worden, maar zien hoe dit kind nu al is.”

Wendy van Capelle

“Ik krijg wel eens de vraag: als je geen docent was geworden, wat was je dan gaan doen? Dan blijft het bij mij heel lang stil. Ik heb eigenlijk nooit een andere ambitie gehad dan voor de klas staan.” Wendy van Capelle werkt al twintig jaar in het onderwijs, waarvan achttien jaar op het Vituscollege in Bussum waar zij economie en bedrijfseconomie geeft.

Joey Soumokil

Als kind wilde Joey Soumokil piloot worden, maar door zijn beperkte zicht bleef dat helaas een jongensdroom. Rechter leek hem ook een mooi beroep. De wereld veranderen en met name opkomen voor kinderrechten. Na het vwo werd het dan ook rechten. De studie was interessant, maar hij liep persoonlijk tegen blokkades aan waardoor het niet werkte. Hij maakte de switch naar een andere studie. En daarna nog een keer. Toen dat ook niet tot het gewenste resultaat leidde, trok hij de conclusie: ‘studeren is niets voor mij’.

Dilek Tekin

Dilek Tekin wist van jongs af aan dat ze leraar wilde worden. “Op de basisschool vond ik rekenen heel leuk en later wiskunde. Ik was er ook goed in. Aan de Selçuk Universiteit in Turkije heb ik in vier jaar een studie tot leraar wiskunde gedaan. Daarna heb ik twintig jaar lesgegeven aan middelbare scholieren.”

Marisa Debisarun

“Ik heb eerst theologie gestudeerd aan het hbo om mijn propedeuse te halen. Daarna ben ik geschiedenis gaan doen aan de universiteit. Mijn interesse lag daar en ik wilde me er graag verder in verdiepen. Ik dacht: ik zie tijdens de studie wel welke kant het opgaat. Mark Rutte heeft ook geschiedenis gestudeerd, dus je weet nooit waar je eindigt. Ik doe gewoon wat ik leuk vind.”

Patriek Kerkhoff

Patriek Kerkhoff (52) werkt na zijn studie politicologie lange tijd bij Defensie. Daarna is hij wethouder in Laren en bekleedt hij verschillende financieel-economische functies. Drie jaar geleden besluit Patriek de overstap te maken naar het voortgezet onderwijs. Per toeval krijgt hij zijn oude middelbare school in Huizen als stageplaats aangewezen. Inmiddels staat hij voor het tweede jaar daar op de Huizermaat als docent economie en bedrijfseconomie voor de klas.

Rianne Brunt

Als zij-instromer docent worden in het middelbaar onderwijs, hoe is dat? 'Ik vond Wiskunde altijd al een leuk vak: lekker puzzelen en rekenen.' Hoewel Rianne Brunt geologie studeerde en een aantal jaar bij zowel TNO als een oliemaatschappij werkte, staat ze nu alweer een tijdje op het Goois Lyceum als docent wiskunde voor de klas.

Arjen Bezemer

Als zij-instromer docent worden in het voorgezet onderwijs, hoe is dat? Arjen Bezemer studeerde Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Hij deed daarna onderzoek, werkte in de technische documentatie en was geruime tijd IT-consultant. Totdat hij drie jaar geleden besloot het onderwijs in te gaan en wiskundedocent werd. Sinds augustus 2021 geeft hij les op het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (GGH). Wat was voor jou de reden om over te stappen naar het onderwijs? “Mijn kinderen zaten op de middelbare school en ik vond het heel leuk om te zien waar ze mee bezig waren en ze daarmee te helpen. Dat triggerde mij enorm. Wat ook meespeelde was de branche waar ik toen in werkte. Automatisering resulteert over het algemeen in het verdwijnen van banen. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Is dit nou de bijdrage die ik aan de maatschappij wil leveren?’ Dus dat speelde ook mee en mijn beide ouders hebben in het onderwijs gezeten. Daar heb ik in de genen denk ik ook wat van meegekregen.” In 2019 startte Arjen op het Revius Lyceum in Doorn, die een aantrekkelijke regeling hadden voor zij-instromers. “Ik kreeg een aanstelling van 0,6 FTE en volgde daarnaast in deeltijd de opleiding tot docent Wiskunde. Het eerste jaar heb ik anderhalve klas lesgegeven en mijn tweedegraads bevoegdheid gehaald. Het tweede jaar gaf ik drie klassen les en behaalde daarnaast mijn eerstegraads bevoegdheid.” Hoe heb jij de urenbelasting van de studie ervaren? “Op deze manier was dit voor mij uitstekend te doen. Maar ik heb een collega die nu zijn eerstegraads bevoegdheid wil halen naast zijn fulltimebaan in het onderwijs. Die maakt echt wel enorm lange weken.” Waarvan heb je tijdens de opleiding het meest geleerd? “De begeleiding vanuit de school was voor mij het waardevolst. Ik had een heel goede tweedegraads begeleider die mij heel veel inspiratie gaf. Ik leerde hoe ik lessen moest voorbereiden en insteken en dat het heel goed werkt om soms de dingen eens helemaal anders te doen. Alternatieve lesplannen maken dus. Dat je direct feedback krijgt op wat je staat te doen voor de klas, vond ik ook fijn.” Wat vind je het moeilijkst aan het vak van docent? “Ik vind de werkdruk best fors. Naast het lesgeven, komt er zoveel meer bij kijken: contactmomenten met mentoren, coördinatoren en leerlingen. De algemene taken die je hebt op een school, daarnaast lessen voorbereiden, toets momenten, nakijken. Omdat ik nieuw ben op het GGH moest ik mijn lesprogramma ook grotendeels opnieuw ontwikkelen. Dat kost ook veel tijd. Daarnaast is klassenmanagement soms uitdagend. Dat de sfeer goed is in de klas; iedereen oplet. Het is af en toe hard werken om de aandacht te krijgen die je wilt hebben” Wat vind je het leukste aan je werk? “Als een les lekker loopt, je leuke reacties krijgt of goede vragen. Dat geeft een goed gevoel. Dat je merkt: het sluit aan, het pakt ze. De sfeer op school is ook goed en ik heb leuke collega’s.” Heb je nu het gevoel dat je iets bijdraagt aan de maatschappij? Lachend: “Wiskunde is natuurlijk een beetje een raar vak. Ik krijg heel vaak de vraag: meneer, wat kunnen we hier nou later mee? Daar heb ik niet zomaar een antwoord op. Het gaat om leren abstract denken, maar dat is voor jongeren een erg vaag begrip wat je ook niet makkelijk kunt meten. Maar als ik een hele lessenserie een bepaald onderwerp benadruk en ik zie daar 90 procent van terug in de toetsen: dan is dat heel mooi. Als ze bepaalde dingen oppikken en overnemen, zie je dat je impact hebt. Daarnaast gaat het natuurlijk niet altijd over wiskunde. Je voert met leerlingen ook gesprekken over andere onderwerpen. Uiteindelijk zou ik daar naast het vak van wiskundedocent ook wel meer mee willen. Bijvoorbeeld als mentor.” Hoe hoop je dat je leerlingen je later herinneren? “Voor een vak als dit kies je omdat je een inspirerend voorbeeld had. Ik had voor Wiskunde B een docent die heel helder kon uitleggen en heel bevlogen was. Hij haalde er van alles bij. De eerste keer dat hij het getal π behandelde, had hij het hele lokaal behangen met dingen die daarmee te maken hadden. ‘Welkom in de wereld van π!’ stond er. Hij bouwde ook altijd van alles en nog wat. Dat zie ik mezelf dan weer niet doen. Ik hoop dat mijn leerlingen in ieder geval later zeggen: Meneer Bezemer kon het allemaal heel goed uitleggen.” Wat is jouw advies aan mensen die erover denken om als zij-instromer het voorgezet onderwijs in te gaan? “Je moet er echt wel een beetje lol in hebben om met jongeren van deze leeftijdsgroep om te gaan. Je verdiepen in wat hen bezighoudt. Een grapje met ze kunnen maken. Dat gaat de ene keer makkelijker dan de andere keer. En daar moet je ook tegen kunnen.” Is er een groot verschil in salaris tussen je vorige banen en nu? “Ik vind dat het voortgezet onderwijs helemaal niet zo slecht betaald. Ja, ik heb nu een forse stap teruggedaan, dat is gewoon zo. Want ik ben onervaren en begin dus onderaan. Maar als ik meer ervaring krijg en mezelf kan bewijzen, kan ik doorgroeien naar een hogere schaal. Als ik uiteindelijk een beetje bovenin eindig, zit ik ruim boven het salaris dat ik verdiende als consultant.” Begin dit jaar ben je overgestapt van Doorn naar Hilversum, waarom? “Dat was in principe het idee van het zijinstroomtraject dat ik volgde. Na twee jaar moest je je vleugels elders uitslaan. Misschien was er ook wel een mogelijkheid geweest om te blijven, maar daar heb ik niet op gewacht en ben om me heen gaan kijken. Zo ben ik op het GGH terecht gekomen. Dat bevalt heel goed. Ik woon in Utrecht, dus het is voor mij ook nog eens stukken beter te bereizen dan Doorn.” Denk jij ook wel eens over een carrière als zij-instromer in het (voortgezet) onderwijs? Wil je weten wat de mogelijkheden zijn en of het echt iets voor jou is? Geef je hier op voor de info bijeenkomst over werken in het voortgezet onderwijs of lees alles over werken in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en op het MBO, op www.leraarinhetgooi.nl.

Marijke Koets

Als zij-instromer het voortgezet onderwijs in, hoe is dat? Marijke Koets haalde haar master Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en studeerde cum laude af. Vervolgens ging haar loopbaan jarenlang een heel andere kant op om uiteindelijk toch uit te komen bij het vak van docent Engels. “Na mijn studie wist ik niet echt wat ik wilde en ben ik min of meer per toeval de communicatie ingerold. Eerst bij een pr-bureau en daarna heel lang bij de gemeente Amsterdam. Na nog een paar andere communicatiebanen ben ik op een gegeven moment de lokale politiek in gegaan. Ik kwam in de gemeenteraad en dat was toen voor lange tijd mijn werk.” Hoe kwam het onderwijs toen op je pad? “Ik had een paar keer in gesprekken laten vallen dat ik misschien wel voor de klas wilde staan. Een goede kennis had dat onthouden en stuurde mij een mailtje door van het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (GGH): ´Kent u iemand in uw netwerk die Engels kan geven? Wij zijn met spoed op zoek naar een invaller’. Ik dacht: dat lijkt me heel leuk, maar ik kan nu natuurlijk nog niet voor de klas staan. Dus ik stuurde een mailtje naar de conrector: ‘Ik kan je nu nog niet uit de brand helpen, maar ik maak graag een afspraak voor een oriënterend gesprek, want ik denk na over het zij-instroomtraject. 48 uur later was ik de nieuwe docent Engels.” Begon je toen ook direct aan de studie voor je onderwijsbevoegdheid? Hard lachend: “Nee joh! Ze zaten zo ontzettend omhoog. En ze dachten waarschijnlijk: ze heeft in ieder geval Engels gestudeerd, ze lijkt heel normaal en heeft haar Verklaring Omtrent Gedrag ooit gekregen, dus go! Ik heb een aantal klassen waargenomen tot het eind van het schooljaar. Ik wil niet zeggen dat het fantastisch ging, maar er zijn geen grote ongelukken gebeurd.” En toen was je verkocht? “Ik vond het ontzettend leuk! Ik heb ook wel enorm hard moeten werken om te leren hoe je elementaire kennis overbrengt. Want ik kan wel super Engels spreken en cum laude zijn afgestudeerd, maar leg maar eens uit waarom iets grammaticaal zo zit. Dat wist ik gewoon niet. Dus ik heb weer heel veel boeken gelezen en alles uitgeplozen. Hoe meer ik erin kwam en hoe meer ik ging begrijpen over lesgeven; hoe leuker het werd.” Uiteindelijk ben je op het GGH gebleven “Ja, in januari 2015 ben ik begonnen aan de eerstegraadsopleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Dat heb ik parttime in anderhalf jaar behaald, naast mijn baan als docent. Daar zal ik geen doekjes omwinden: dat vond ik echt ontzettend zwaar! Ik heb een gezin, mijn kinderen waren toen ook nog klein. En dan een baan en een studie ernaast. Ik vond het pittig.” Wat vind je het leukste aan je baan van docent? “Mijn hart ligt bij de bovenbouw en zeker bij de klassen 5 en 6. Die leerlingen staan op de drempel van de volwassenheid. Dat is een heel mooie leeftijd. Ik ben ook mentor en dan kun je echt wel het verschil maken. Afgelopen week was heel spannend, want de uitslagen van de studie selectieprocedures kwamen binnen. Ik kreeg om 8 uur ‘s morgens al appjes: mevrouw! Ik ben binnen! Dat vind ik zo ontwapenend. Dat ze mij meenemen in dezelfde lichting als hun opa’s en oma’s en iedereen die ze willen vertellen dat het ze gelukt is. Die betrokkenheid bij het werk zelf heb ik in andere banen nooit zo gevoeld. Dat geeft ontzettend veel voldoening.” Wat vind je minder leuk aan werken in het onderwijs? “Ik heb hard gewerkt voordat ik docent werd, maar dat is niet te vergelijken met het onderwijs.

Pieter Mijnhout

Als zij-instromer docent worden op een middelbare school, hoe is dat? “Als je een uitdagende opdracht geeft aan je leerlingen en het lukt ze om die op te lossen. Dan zie je de blijdschap en de trots op zichzelf. Dat vind ik zo ontzettend waardevol.” Pieter Mijnhout zat ooit zelf op het Alberdingk Thijm College (ATC) in Hilversum en geeft er nu wiskunde aan de onderbouw. Daarnaast studeert hij aan de Hogeschool van Amsterdam om zijn tweedegraads onderwijsbevoegdheid te halen. Vind je het zwaar om te werken en studeren tegelijk? “Het fijne van het zij-instroomtraject is dat je het zelf een beetje kunt indelen. Er is natuurlijk een rooster met de vakken die je moet halen en ze maken een traject op maat op basis van het geschiktheidsonderzoek*). Daarbij wordt gekeken welke kennis je nog nodig hebt. Bij mij waren dat vooral de vakdidactische en pedagogische vakken. Ik heb dat echt uitgesmeerd over de twee jaar die er maximaal voor staan. Ik sta drie dagen in de week voor de klas, besteed één dag in de week aan mijn studie en heb dan één dag in de week voor uitloop van mijn studie of werk. Je kunt bij school aangeven hoeveel je wilt werken en bij de opleiding hoeveel vakken je tegelijk wilt volgen en daar moet je je eigen weg in vinden. Voor mij werkt dit het beste.” Hoe kwam je erbij om het onderwijs in te gaan? “Ik heb biotechnologie gestudeerd in Wageningen. Een bachelor en een master gedaan. Ik vond het echt heel leuk, dus ben daarna ook voor een biotech bedrijf gaan werken. Maar na anderhalf jaar kwam ik erachter dat ik het niet betekenisvol vond. Ik stond in een lab en deed onderzoek naar eiwitten. Op een gegeven moment kon ik alleen nog maar denken: wat doe ik hier? Dan is het tijd om iets anders te gaan zoeken. Toen heb ik mijn oude wiskundedocent op het ATC gemaild en gevraagd of ik eens met hem mee mocht lopen. Dat vond ik ontzettend leuk en ik kreeg er zoveel energie van dat ik met de conrecor ben gaan praten. Die gaf mij het vertrouwen om als docent te gaan starten. Het ATC heeft ook een begeleider die de zij-instromers onder zijn hoede neemt en uitlegt hoe het traject dan verder gaat.” En toen stond je ineens voor de klas? “In september 2020 ben ik begonnen. Ik ben best in het diepe gegooid, maar het vertrouwen dat ze mij daarmee gaven, vond ik heel fijn. Tegelijkertijd moest ik dus het geschiktheidsonderzoek doen, een portfolio schrijven met bewijsstukken enzovoort. Daarmee moet je aantonen dat je binnen twee jaar het traject zou kunnen voltooien. Dat lukte en in februari 2021 ben ik begonnen met de studie om mijn tweedegraadsbevoegdheid te halen. Daarmee kan ik lesgeven aan de onderbouw”. Weet je nog hoe je eerste dag was? “Ik was wel zenuwachtig. Vooral voor die allereerste les. Het scheelde dat het een brugklas was. Die kinderen waren net zo zenuwachtig als ik, want voor hen wat het ook allemaal nieuw op de middelbare school. Toen ik zei dat het mijn eerste dag als docent was, vonden we elkaar daar dus een beetje in. Als zo’n eerste les dan gewoon goed gaat, kun je die werkwijze toepassen op de volgende lessen. Het viel me al met al dus erg mee.” Wat leer jij nu met name tijdens je opleiding? “Ik leer bewuster te zijn van de dingen die ik doe. Als ik lesbezoek kreeg van de begeleider van school, kreeg ik vaak wel te horen dat ik het goed deed. Ik was me er alleen niet echt bewust van wat ik dan goed deed. Ik was niet theoretisch onderlegd. Een ander ding zijn de didactische werkvormen. Leerlingen niet alleen sommetjes uit een boek laten maken, maar ook andere manieren van lesgeven toepassen. Daar prikkel je ze mee en dat bevordert het leren.” Wat vind je lastig aan het vak van docent? “Genoeg tijd vinden om iedereen op een individuele manier te ondersteunen. Sowieso heb je niveauverschillen in een klas. Iedereen heeft een andere leerbehoefte. Daar kun je dan groepjes voor maken met leerlingen die meer uitleg nodig hebben en leerlingen die juist meer uitdaging nodig hebben. Maar is een leerling bijvoorbeeld langere tijd ziek, wat in de corona tijd veel gebeurde, moet je die er ook op de een of andere manier weer bij betrekken. En wiskunde is een vak waarbij je iedere keer verder bouwt op het voorgaande. Dan is het lastig om zowel de groepjes te bedienen die al daar zijn waar ze behoren te zijn en ook degenen die achterlopen. Waarvan de een dan ook nog eens meer achterloopt dan de ander. Dan zeg ik toch snel: blijf even hangen na de les, dan leg ik het nog een keer rustig uit.” Wat is jouw advies aan mensen die docent willen worden? Wat moet je kunnen of in je hebben? “Je moet een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben. De hele klas is afhankelijk van jou. Je moet jezelf ook kunnen afschermen op een bepaalde manier. Op een school is namelijk oneindig veel werk en je kunt oneindig veel uren stoppen in leerlingen, maar dat gaat natuurlijk niet. Daar moet je jezelf niet in verliezen. En je moet niet te perfectionistisch zijn. Geen enkele les is perfect. Er komt altijd iets tussendoor. Ik plan mijn lessen natuurlijk van tevoren, maar doe dat bewust niet te strak. Je moet als docent echt flexibel zijn.” Je hebt zelf op het ATC gezeten, was het toen anders dan nu? “Ik vind de sfeer eigenlijk niet veranderd. De school is de afgelopen tien jaar wel heel erg gegroeid. We hebben nu vier onderwijsgebouwen. Sommige collega’s van de wiskundesectie zie ik daarom maar drie keer per jaar bij de studiedagen of een meeting. Dat is soms wel jammer.” Wat vind jij het grootste verschil tussen het bedrijfsleven en het onderwijs? “In het bedrijfsleven gaat het om het product en in het onderwijs om de ontwikkeling. Natuurlijk werken wij uiteindelijk ook toe naar een diploma, maar er zijn meerdere wegen die daar naartoe kunnen leiden. En de leerling staat daarbij centraal.” *) Als je je bevoegdheid wilt halen via het zij-instroomtraject, kan dat alleen als je een aanstelling hebt als docent op een school én als je door het assessmentcentrum van de lerarenopleiding geschikt bevonden wordt om als ‘zij-instromer in het beroep’ aan de slag te gaan. Dat wordt bepaald met behulp van een geschiktheidsonderzoek.