In gesprek met

Petra Laseur

  • Van: Sivog
  • Leeftijd: 54
  • Houdt van: Wandelen in de Dolomieten
  • Favoriete plek in Het Gooi: Grote Kerk Naarden
‘We moeten met elkaar bedenken hoe we startende docenten kunnen behouden voor het onderwijs. Wat hebben zij nodig?’

Na vier jaar met veel plezier wethouder te zijn geweest, was het voor Petra Laseur heel duidelijk; haar  hart ligt in het onderwijs. Ze miste de leerlingen, de ‘buzz’ van de school en de bevlogenheid van de  docenten. Na enkele jaren rector van twee middelbare scholen te zijn geweest, is zij sinds augustus van dit jaar  bestuurder van het SIVOG. De scholengemeenschap waarmee – naar haar eigen zeggen, hoe kan het  ook anders – de fantastische scholen Het Vituscollege, De Vitusmavo en het Willem de Zwijger College  onder haar verantwoordelijkheid vallen.

Van docent tot consultant

Petra, van oorsprong docent wiskunde en biologie, wilde na haar kennismaking met de praktijk al  snel weer de schoolbanken in. ‘Ik wilde meer weten over hoe beleid en de borging van kwaliteit in  het onderwijs tot stand komt. De studie Onderwijskunde aan de UvA was hiervoor een logische stap.’ Na diverse functies in het onderwijs als docent, afdelingsleider en directeur was de tijd rijp om als  extern consultant verschillende onderwijsinstellingen voor kortere of langere bij te staan.

Wat maken de scholen die onder het SIVOG vallen zo bijzonder? ‘Het zijn drie heel verschillende  scholen, maar kennen alle drie veel historie, tradities en daarmee een groot gemeenschapsgevoel.  Op de Vitusmavo kent iedereen elkaar en zijn de lijntjes, ook voor de leerlingen, heel kort. De docenten op de drie scholen zijn erg betrokken bij elkaar en bij de leerlingen. Er heerst een warme en veilige sfeer. Voor startende docenten hebben we een heel intensief tweejarig begeleidingsprogramma, met voor elke docent een eigen coach.’

Didactisch coachen

Op de vraag naar hoe zij haar visie is op het onderwijs op ‘haar’ scholen handen en voeten geeft, zegt  Petra: ‘Het eigenaarschap voor het leren moet weer meer naar de leerlingen zelf. We zijn gewend  geraakt om hen aan de hand te nemen. Misschien te veel.

Het wordt tijd dat de leerlingen weer zelf de regie krijgen over het leerproces. Ze ontwikkelen op  deze manier meer vaardigheden, krijgen meer inzicht en leren dat inspanning leidt tot resultaat. Dit  vraagt van docenten dat ze de goede vragen stellen, didactisch coachen. En ook dat we minder willen  toetsen. Anders leren dan van toets naar toets, waarbij vooral het korte termijn geheugen wordt  geactiveerd en leren minder goed beklijft. Het gaat om het grotere plaatje en op deze manier kunnen  leerlingen zelf ontdekken waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden. Dit vraagt wel om het inbouwen  van veel meer formatieve momenten en voldoende tijd om dit te ontwikkelen.’

Op de agenda

Petra is blij met het (digitale) loket Leraar in het Gooi. ‘Ik hoop dat we door de krachten te bundelen  meer kunnen betekenen voor zij-instromers. Nu is dit traject soms onnodig ingewikkeld, de routes  kunnen transparanter. Het is van groot belang dat aankomende docenten stage kunnen lopen op  verschillende scholen. Verder is het een voordeel dat we korte lijnen hebben met de Gemeente,  zodat we met zaken als huisvesting en parkeren de aantrekkelijkheid van werken in deze mooie  omgeving kunnen vergroten.’ Op de vraag wat Petra graag als prioriteit zou zien op de agenda van  Leraar in het Gooi, antwoordt ze: ‘Beginnende docenten hebben het soms moeilijk. We moeten met  elkaar bedenken hoe we deze groep kunnen behouden voor het onderwijs. Wat hebben zij nodig?’

Hemelbestormers

De moeder van drie kinderen, met een liefde voor Bach, heeft nog een culturele tip. ‘Ga kijken bij de  ‘Hemelbestormers’ in de Grote kerk in Naarden. Een prachtig geschilderd eeuwenoud tongewelf,  tijdelijk toegankelijk via een lange trap naar zolder. Het SIVOG is inmiddels gestart met een initiatief  om in tijden van Corona oud-leerlingen op te roepen om te komen helpen op hun oude middelbare  school. ‘Op deze manier voorkomen we lesuitval en hebben de studenten iets nuttigs te doen in deze  voor hen (te) rustige tijd. En wie weet, lopen ze op die manier warm voor een baan in het onderwijs’. Dat  zijn drie vliegen in één klap, een win-win situatie, of – zo je wilt – een hemelbestorming op een manier  die Petra past als een warme jas.

 

Rianne Brunt

Als zij-instromer docent worden in het middelbaar onderwijs, hoe is dat? 'Ik vond Wiskunde altijd al een leuk vak: lekker puzzelen en rekenen.' Hoewel Rianne Brunt geologie studeerde en een aantal jaar bij zowel TNO als een oliemaatschappij werkte, staat ze nu alweer een tijdje op het Goois Lyceum als docent wiskunde voor de klas.

René Karman

Hoewel het nog lukt om vacatures te vervullen, ziet René Karman, rector op het A. Roland Holst college, wel dat het steeds moeilijker wordt. ‘De arbeidsmarkt is krap en dat merken we ook in het Gooi.’ Hij juicht regionaal samenwerken dan ook toe. ‘Een informatiebijeenkomst voor geïnteresseerde zij-instromers, zoals nu op 12 mei staat gepland, helpt. Zeker als de opleidingsinstituten aanhaken. Door school- en bestuursoverstijgend te werven, krijgt ieder kind de leraar voor de klas die het verdient.

Arjen Bezemer

Als zij-instromer docent worden in het voorgezet onderwijs, hoe is dat? Arjen Bezemer studeerde Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Hij deed daarna onderzoek, werkte in de technische documentatie en was geruime tijd IT-consultant. Totdat hij drie jaar geleden besloot het onderwijs in te gaan en wiskundedocent werd. Sinds augustus 2021 geeft hij les op het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (GGH). Wat was voor jou de reden om over te stappen naar het onderwijs? “Mijn kinderen zaten op de middelbare school en ik vond het heel leuk om te zien waar ze mee bezig waren en ze daarmee te helpen. Dat triggerde mij enorm. Wat ook meespeelde was de branche waar ik toen in werkte. Automatisering resulteert over het algemeen in het verdwijnen van banen. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Is dit nou de bijdrage die ik aan de maatschappij wil leveren?’ Dus dat speelde ook mee en mijn beide ouders hebben in het onderwijs gezeten. Daar heb ik in de genen denk ik ook wat van meegekregen.” In 2019 startte Arjen op het Revius Lyceum in Doorn, die een aantrekkelijke regeling hadden voor zij-instromers. “Ik kreeg een aanstelling van 0,6 FTE en volgde daarnaast in deeltijd de opleiding tot docent Wiskunde. Het eerste jaar heb ik anderhalve klas lesgegeven en mijn tweedegraads bevoegdheid gehaald. Het tweede jaar gaf ik drie klassen les en behaalde daarnaast mijn eerstegraads bevoegdheid.” Hoe heb jij de urenbelasting van de studie ervaren? “Op deze manier was dit voor mij uitstekend te doen. Maar ik heb een collega die nu zijn eerstegraads bevoegdheid wil halen naast zijn fulltimebaan in het onderwijs. Die maakt echt wel enorm lange weken.” Waarvan heb je tijdens de opleiding het meest geleerd? “De begeleiding vanuit de school was voor mij het waardevolst. Ik had een heel goede tweedegraads begeleider die mij heel veel inspiratie gaf. Ik leerde hoe ik lessen moest voorbereiden en insteken en dat het heel goed werkt om soms de dingen eens helemaal anders te doen. Alternatieve lesplannen maken dus. Dat je direct feedback krijgt op wat je staat te doen voor de klas, vond ik ook fijn.” Wat vind je het moeilijkst aan het vak van docent? “Ik vind de werkdruk best fors. Naast het lesgeven, komt er zoveel meer bij kijken: contactmomenten met mentoren, coördinatoren en leerlingen. De algemene taken die je hebt op een school, daarnaast lessen voorbereiden, toets momenten, nakijken. Omdat ik nieuw ben op het GGH moest ik mijn lesprogramma ook grotendeels opnieuw ontwikkelen. Dat kost ook veel tijd. Daarnaast is klassenmanagement soms uitdagend. Dat de sfeer goed is in de klas; iedereen oplet. Het is af en toe hard werken om de aandacht te krijgen die je wilt hebben” Wat vind je het leukste aan je werk? “Als een les lekker loopt, je leuke reacties krijgt of goede vragen. Dat geeft een goed gevoel. Dat je merkt: het sluit aan, het pakt ze. De sfeer op school is ook goed en ik heb leuke collega’s.” Heb je nu het gevoel dat je iets bijdraagt aan de maatschappij? Lachend: “Wiskunde is natuurlijk een beetje een raar vak. Ik krijg heel vaak de vraag: meneer, wat kunnen we hier nou later mee? Daar heb ik niet zomaar een antwoord op. Het gaat om leren abstract denken, maar dat is voor jongeren een erg vaag begrip wat je ook niet makkelijk kunt meten. Maar als ik een hele lessenserie een bepaald onderwerp benadruk en ik zie daar 90 procent van terug in de toetsen: dan is dat heel mooi. Als ze bepaalde dingen oppikken en overnemen, zie je dat je impact hebt. Daarnaast gaat het natuurlijk niet altijd over wiskunde. Je voert met leerlingen ook gesprekken over andere onderwerpen. Uiteindelijk zou ik daar naast het vak van wiskundedocent ook wel meer mee willen. Bijvoorbeeld als mentor.” Hoe hoop je dat je leerlingen je later herinneren? “Voor een vak als dit kies je omdat je een inspirerend voorbeeld had. Ik had voor Wiskunde B een docent die heel helder kon uitleggen en heel bevlogen was. Hij haalde er van alles bij. De eerste keer dat hij het getal π behandelde, had hij het hele lokaal behangen met dingen die daarmee te maken hadden. ‘Welkom in de wereld van π!’ stond er. Hij bouwde ook altijd van alles en nog wat. Dat zie ik mezelf dan weer niet doen. Ik hoop dat mijn leerlingen in ieder geval later zeggen: Meneer Bezemer kon het allemaal heel goed uitleggen.” Wat is jouw advies aan mensen die erover denken om als zij-instromer het voorgezet onderwijs in te gaan? “Je moet er echt wel een beetje lol in hebben om met jongeren van deze leeftijdsgroep om te gaan. Je verdiepen in wat hen bezighoudt. Een grapje met ze kunnen maken. Dat gaat de ene keer makkelijker dan de andere keer. En daar moet je ook tegen kunnen.” Is er een groot verschil in salaris tussen je vorige banen en nu? “Ik vind dat het voortgezet onderwijs helemaal niet zo slecht betaald. Ja, ik heb nu een forse stap teruggedaan, dat is gewoon zo. Want ik ben onervaren en begin dus onderaan. Maar als ik meer ervaring krijg en mezelf kan bewijzen, kan ik doorgroeien naar een hogere schaal. Als ik uiteindelijk een beetje bovenin eindig, zit ik ruim boven het salaris dat ik verdiende als consultant.” Begin dit jaar ben je overgestapt van Doorn naar Hilversum, waarom? “Dat was in principe het idee van het zijinstroomtraject dat ik volgde. Na twee jaar moest je je vleugels elders uitslaan. Misschien was er ook wel een mogelijkheid geweest om te blijven, maar daar heb ik niet op gewacht en ben om me heen gaan kijken. Zo ben ik op het GGH terecht gekomen. Dat bevalt heel goed. Ik woon in Utrecht, dus het is voor mij ook nog eens stukken beter te bereizen dan Doorn.” Denk jij ook wel eens over een carrière als zij-instromer in het (voortgezet) onderwijs? Wil je weten wat de mogelijkheden zijn en of het echt iets voor jou is? Geef je hier op voor de info bijeenkomst over werken in het voortgezet onderwijs of lees alles over werken in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en op het MBO, op www.leraarinhetgooi.nl.

Marijke Koets

Als zij-instromer het voortgezet onderwijs in, hoe is dat? Marijke Koets haalde haar master Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en studeerde cum laude af. Vervolgens ging haar loopbaan jarenlang een heel andere kant op om uiteindelijk toch uit te komen bij het vak van docent Engels. “Na mijn studie wist ik niet echt wat ik wilde en ben ik min of meer per toeval de communicatie ingerold. Eerst bij een pr-bureau en daarna heel lang bij de gemeente Amsterdam. Na nog een paar andere communicatiebanen ben ik op een gegeven moment de lokale politiek in gegaan. Ik kwam in de gemeenteraad en dat was toen voor lange tijd mijn werk.” Hoe kwam het onderwijs toen op je pad? “Ik had een paar keer in gesprekken laten vallen dat ik misschien wel voor de klas wilde staan. Een goede kennis had dat onthouden en stuurde mij een mailtje door van het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (GGH): ´Kent u iemand in uw netwerk die Engels kan geven? Wij zijn met spoed op zoek naar een invaller’. Ik dacht: dat lijkt me heel leuk, maar ik kan nu natuurlijk nog niet voor de klas staan. Dus ik stuurde een mailtje naar de conrector: ‘Ik kan je nu nog niet uit de brand helpen, maar ik maak graag een afspraak voor een oriënterend gesprek, want ik denk na over het zij-instroomtraject. 48 uur later was ik de nieuwe docent Engels.” Begon je toen ook direct aan de studie voor je onderwijsbevoegdheid? Hard lachend: “Nee joh! Ze zaten zo ontzettend omhoog. En ze dachten waarschijnlijk: ze heeft in ieder geval Engels gestudeerd, ze lijkt heel normaal en heeft haar Verklaring Omtrent Gedrag ooit gekregen, dus go! Ik heb een aantal klassen waargenomen tot het eind van het schooljaar. Ik wil niet zeggen dat het fantastisch ging, maar er zijn geen grote ongelukken gebeurd.” En toen was je verkocht? “Ik vond het ontzettend leuk! Ik heb ook wel enorm hard moeten werken om te leren hoe je elementaire kennis overbrengt. Want ik kan wel super Engels spreken en cum laude zijn afgestudeerd, maar leg maar eens uit waarom iets grammaticaal zo zit. Dat wist ik gewoon niet. Dus ik heb weer heel veel boeken gelezen en alles uitgeplozen. Hoe meer ik erin kwam en hoe meer ik ging begrijpen over lesgeven; hoe leuker het werd.” Uiteindelijk ben je op het GGH gebleven “Ja, in januari 2015 ben ik begonnen aan de eerstegraadsopleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Dat heb ik parttime in anderhalf jaar behaald, naast mijn baan als docent. Daar zal ik geen doekjes omwinden: dat vond ik echt ontzettend zwaar! Ik heb een gezin, mijn kinderen waren toen ook nog klein. En dan een baan en een studie ernaast. Ik vond het pittig.” Wat vind je het leukste aan je baan van docent? “Mijn hart ligt bij de bovenbouw en zeker bij de klassen 5 en 6. Die leerlingen staan op de drempel van de volwassenheid. Dat is een heel mooie leeftijd. Ik ben ook mentor en dan kun je echt wel het verschil maken. Afgelopen week was heel spannend, want de uitslagen van de studie selectieprocedures kwamen binnen. Ik kreeg om 8 uur ‘s morgens al appjes: mevrouw! Ik ben binnen! Dat vind ik zo ontwapenend. Dat ze mij meenemen in dezelfde lichting als hun opa’s en oma’s en iedereen die ze willen vertellen dat het ze gelukt is. Die betrokkenheid bij het werk zelf heb ik in andere banen nooit zo gevoeld. Dat geeft ontzettend veel voldoening.” Wat vind je minder leuk aan werken in het onderwijs? “Ik heb hard gewerkt voordat ik docent werd, maar dat is niet te vergelijken met het onderwijs.

Pieter Mijnhout

Als zij-instromer docent worden op een middelbare school, hoe is dat? “Als je een uitdagende opdracht geeft aan je leerlingen en het lukt ze om die op te lossen. Dan zie je de blijdschap en de trots op zichzelf. Dat vind ik zo ontzettend waardevol.” Pieter Mijnhout zat ooit zelf op het Alberdingk Thijm College (ATC) in Hilversum en geeft er nu wiskunde aan de onderbouw. Daarnaast studeert hij aan de Hogeschool van Amsterdam om zijn tweedegraads onderwijsbevoegdheid te halen. Vind je het zwaar om te werken en studeren tegelijk? “Het fijne van het zij-instroomtraject is dat je het zelf een beetje kunt indelen. Er is natuurlijk een rooster met de vakken die je moet halen en ze maken een traject op maat op basis van het geschiktheidsonderzoek*). Daarbij wordt gekeken welke kennis je nog nodig hebt. Bij mij waren dat vooral de vakdidactische en pedagogische vakken. Ik heb dat echt uitgesmeerd over de twee jaar die er maximaal voor staan. Ik sta drie dagen in de week voor de klas, besteed één dag in de week aan mijn studie en heb dan één dag in de week voor uitloop van mijn studie of werk. Je kunt bij school aangeven hoeveel je wilt werken en bij de opleiding hoeveel vakken je tegelijk wilt volgen en daar moet je je eigen weg in vinden. Voor mij werkt dit het beste.” Hoe kwam je erbij om het onderwijs in te gaan? “Ik heb biotechnologie gestudeerd in Wageningen. Een bachelor en een master gedaan. Ik vond het echt heel leuk, dus ben daarna ook voor een biotech bedrijf gaan werken. Maar na anderhalf jaar kwam ik erachter dat ik het niet betekenisvol vond. Ik stond in een lab en deed onderzoek naar eiwitten. Op een gegeven moment kon ik alleen nog maar denken: wat doe ik hier? Dan is het tijd om iets anders te gaan zoeken. Toen heb ik mijn oude wiskundedocent op het ATC gemaild en gevraagd of ik eens met hem mee mocht lopen. Dat vond ik ontzettend leuk en ik kreeg er zoveel energie van dat ik met de conrecor ben gaan praten. Die gaf mij het vertrouwen om als docent te gaan starten. Het ATC heeft ook een begeleider die de zij-instromers onder zijn hoede neemt en uitlegt hoe het traject dan verder gaat.” En toen stond je ineens voor de klas? “In september 2020 ben ik begonnen. Ik ben best in het diepe gegooid, maar het vertrouwen dat ze mij daarmee gaven, vond ik heel fijn. Tegelijkertijd moest ik dus het geschiktheidsonderzoek doen, een portfolio schrijven met bewijsstukken enzovoort. Daarmee moet je aantonen dat je binnen twee jaar het traject zou kunnen voltooien. Dat lukte en in februari 2021 ben ik begonnen met de studie om mijn tweedegraadsbevoegdheid te halen. Daarmee kan ik lesgeven aan de onderbouw”. Weet je nog hoe je eerste dag was? “Ik was wel zenuwachtig. Vooral voor die allereerste les. Het scheelde dat het een brugklas was. Die kinderen waren net zo zenuwachtig als ik, want voor hen wat het ook allemaal nieuw op de middelbare school. Toen ik zei dat het mijn eerste dag als docent was, vonden we elkaar daar dus een beetje in. Als zo’n eerste les dan gewoon goed gaat, kun je die werkwijze toepassen op de volgende lessen. Het viel me al met al dus erg mee.” Wat leer jij nu met name tijdens je opleiding? “Ik leer bewuster te zijn van de dingen die ik doe. Als ik lesbezoek kreeg van de begeleider van school, kreeg ik vaak wel te horen dat ik het goed deed. Ik was me er alleen niet echt bewust van wat ik dan goed deed. Ik was niet theoretisch onderlegd. Een ander ding zijn de didactische werkvormen. Leerlingen niet alleen sommetjes uit een boek laten maken, maar ook andere manieren van lesgeven toepassen. Daar prikkel je ze mee en dat bevordert het leren.” Wat vind je lastig aan het vak van docent? “Genoeg tijd vinden om iedereen op een individuele manier te ondersteunen. Sowieso heb je niveauverschillen in een klas. Iedereen heeft een andere leerbehoefte. Daar kun je dan groepjes voor maken met leerlingen die meer uitleg nodig hebben en leerlingen die juist meer uitdaging nodig hebben. Maar is een leerling bijvoorbeeld langere tijd ziek, wat in de corona tijd veel gebeurde, moet je die er ook op de een of andere manier weer bij betrekken. En wiskunde is een vak waarbij je iedere keer verder bouwt op het voorgaande. Dan is het lastig om zowel de groepjes te bedienen die al daar zijn waar ze behoren te zijn en ook degenen die achterlopen. Waarvan de een dan ook nog eens meer achterloopt dan de ander. Dan zeg ik toch snel: blijf even hangen na de les, dan leg ik het nog een keer rustig uit.” Wat is jouw advies aan mensen die docent willen worden? Wat moet je kunnen of in je hebben? “Je moet een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben. De hele klas is afhankelijk van jou. Je moet jezelf ook kunnen afschermen op een bepaalde manier. Op een school is namelijk oneindig veel werk en je kunt oneindig veel uren stoppen in leerlingen, maar dat gaat natuurlijk niet. Daar moet je jezelf niet in verliezen. En je moet niet te perfectionistisch zijn. Geen enkele les is perfect. Er komt altijd iets tussendoor. Ik plan mijn lessen natuurlijk van tevoren, maar doe dat bewust niet te strak. Je moet als docent echt flexibel zijn.” Je hebt zelf op het ATC gezeten, was het toen anders dan nu? “Ik vind de sfeer eigenlijk niet veranderd. De school is de afgelopen tien jaar wel heel erg gegroeid. We hebben nu vier onderwijsgebouwen. Sommige collega’s van de wiskundesectie zie ik daarom maar drie keer per jaar bij de studiedagen of een meeting. Dat is soms wel jammer.” Wat vind jij het grootste verschil tussen het bedrijfsleven en het onderwijs? “In het bedrijfsleven gaat het om het product en in het onderwijs om de ontwikkeling. Natuurlijk werken wij uiteindelijk ook toe naar een diploma, maar er zijn meerdere wegen die daar naartoe kunnen leiden. En de leerling staat daarbij centraal.” *) Als je je bevoegdheid wilt halen via het zij-instroomtraject, kan dat alleen als je een aanstelling hebt als docent op een school én als je door het assessmentcentrum van de lerarenopleiding geschikt bevonden wordt om als ‘zij-instromer in het beroep’ aan de slag te gaan. Dat wordt bepaald met behulp van een geschiktheidsonderzoek.

Jeroen Zaagmans

Jeroen Zaagmans is het levende bewijs van iemand die zichzelf binnen de Alberdingk Thijm scholen steeds breder en verder heeft ontwikkeld. Door de sterke samenwerking binnen de Alberdingk Thijm scholen heeft Jeroen volop kansen gekregen én gegrepen. Sinds januari 2020 stuurt hij

Gerlof Boersma

Een echte onderwijsman, noemt Gerlof Boersma zichzelf. Hij somt als bewijsvoering in razend tempo zijn loopbaan in het onderwijs op. Begonnen als vmbo-docent via teamleider en mbo-directeur naar rector/bestuurder van het Erfgooiers College in Huizen. De regionale aanpak voor docenten in het Gooi voegt wat hem betreft veel toe: ‘Ik geloof niet in concurrentie'.